|
|
||||||||
|
|
Sinds April van dit jaar reis ik vrijwel iedere werkdag met de fiets naar station Maarn. Vanuit Woudenberg over de Slappedel en de Meentsteeg: je bent er met een kwartiertje wel. Tijdens dat kwartiertje is er vaak genoeg te zien: zwanen, eenden en meerkoeten in De Grift, reigers, merels, koolmezen en allerlei andere vogels. Meestal alledaagse beestjes, maar soms kom je wel eens verrassende exemplaren tegen.
Begin November fietste ik op het verharde deel van de Meentsteeg, vlak bij de Slappedel, naast de boerderij van Moesbergen. Een klein vogeltje trok mijn aandacht, vooral vanwege zijn opvallende, haast fluorescerende blauwgroene kleur: een ijsvogel! Die had ik nog niet eerder gezien. In de Gelderse Vallei komen ze wel vaker voor, maar toch had ik er nog niet eerder eentje gezien. Prachtig beestje!
’s Avonds terug fiets ik al weken in het donker, zeker als ik een late dienst gehad heb. Het onverharde deel van de Meentsteeg is dan ook onverlicht; je moet het doen met het licht van de maan, sterren en je voorlicht! Daar werd ik opnieuw verrast door een stukje natuur: een meter of vier, vijf vóór mijn fiets, net zichtbaar in het schijnsel van mijn lamp, steekt een ree gehaast de meensteeg over. In twee grote sprongen is het dier verdwenen, het ruige braakliggende terrein naast de Meensteeg in.
Maandagavond fietse ik op hetzelfde punt, toen ik wat geritsel en gerommel in dat terrein hoorde. In het maanlicht zag ik een vaag silhouet bewegen; een witte vlek aan het uiteinde ervan maakte duidelijk dat het hier ook om een ree ging. Dezelfde misschien?
Vanochtend fietste ik de andere kant op, richting Maarn, rond een uur of half negen. Het was natuurlijk wel licht, maar nevelig en koud. Aan de rechterkant naast de Meentsteeg kijk je op een bosje wat bij Camping Eijckelenburg hoort. Er staan stacaravans waar vrijwel het hele jaar door mensen komen, maar nu in December is alles gesloten en verlaten. Automatisch gaat mijn blik even naar rechts, en ik denk.. “hee, dat beeld van een hert stond er gisteren toch nog niet”? Maar onmiddellijk realiseer ik me dat het geen beeld is, maar een jonge ree die op een meter of vijftien afstand doodstil naar me staat te kijken. Ik rem af en bemerk dat er nog een stel reeën naast staan, vier of vijf grotere dieren, die me eveneens angstvallig in het oog houden! Als ik stil ga staan en mijn fiets begin te keren, gaan ze er vandoor. Ook zij verdwijnen met enkele sprongen in het kale bos. Ik fiets nog even terug om te kijken of ze op het naastgelegen weiland uitkomen, maar ze blijven in de bossen. Ik vraag me af waar deze dieren blijven als de caravans weer bewoond worden?
Ik loop al tijden rond met het idee mijn fotocamera eens mee te nemen, kijken of ik dit soort dingen eens kan vastleggen. Maar tegen de tijd dat ik mijn camera uit de tas heb zijn die dieren natuurlijk allang verdwenen, dus dat kon nog wel eens lastig worden vrees ik.